Studentenverslagen - samenvatting Nederland


Download 160-muurhagedis-maastricht.pdf (2.0 MB)

Triturus h. helveticus

Komt vooral voor in langzaam stromend, helder water, bosachtig gebied, tot 850 m. hoogte.

In de voortplantingstijd zijn de mannetjes licht of donker olijfgroen gespikkeld, vaak gemarmerd met donkergroen. Vaak is er een gekronkelde dorsolaterale lijn.


Buik bleek oranje, geel of goud en spaarzaam gespikkeld of gevlekt met bruin. op de rug als , op de rug minder vlekjes.






Staart is bij mannetje min of meer doorschijnend. In de voortplantingstijd is de staart verlengd met een zwart filament, dat 7-8 mm lang kan worden. De staartpunt is bij beide sexen zwart, stomp, soms hartvormig afgesneden. Aan de zijkant van de staart twee rijen zwartgroene vlekken.



De kop heeft zwarte strepen, waarvan er één door de ogen loopt of direkt daarachter begint.


De kop is breed met ver uitstekende kaken en is achter de ogen halsvormig vernauwd.

Boven op de kop bevinden zich 3 groeven, vooral bij zichtbaar, de randen van de kop zijn hoekig.

De iris is zwart met goud geaderd.

De keel is ongevlekt, soms wat kleine spikkels.

De afstand tussen de ogen is iets groter dan de breedte van het bovenste ooglid.

Meestal is een keelplooi aanwezig.

De voorpoten zijn gevlekt en de achterpoten naar de voeten toe zwart.

In de voortplantingstijd bij slechts een lage huidlijst aanwezig.


In de voortplantingstijd bij  zwemvliezen tussen de tenen van de achterpoten.

De huid is glad.

In voortplantingstijd is bij  de dwarse doorsnede ongeveer vierkant.

Gemiddelde lengte van mannetjes kleiner dan van vrouwtjes.

De fronto-squamosale boog is geheel verbeend.

De gehemeltetanden divergeren naar achteren.

Triturus v. vulgaris


Bij voorkeur in stilstaand water.



In voortplantingstijd bij rug licht of donker olijfgroen of gevlekt met donkergroen of zwart, zó dat soms lengtestrepen gevormd worden. Op de flanken grote ronde vlekken.

Buik rood, oranje of geel, naar de zijden bleker. lichter dan , soms naar geel of bruin leemkleurig neigend. Rug donker bruin gespikkeld, soms met 2 dorso-laterale lijnen over de lengte. Vaak ontbreken bruine spikkels.

Ook buik lichter met kleine vlekjes (soms afwezig). Er kan langs het midden een rij donkere vlekken zijn. Oranje buikstreep loopt door over cloaca naar de staart. Kleuren buiten voortplantingstijd bleker.

Staart bij mannetje met zilveren streep, de onderzijde heeft de buikkleur en de punt is zwart. In de voortplantingstijd is de onderste huidzoom van de staart paarlemoerkleurig met zwarte vlekken. Na de voortplantingstijd wordt de onderkant rood. heeft vaak opzij van de staart een rij stipjes, die tot een streep versmelten. De staart is zijdelings samengedrukt, aan de basis rond, de punt is spits.

heeft 5 zwarte lengtestrepen over de kop, waarvan de middelste vaak ontbreekt en de buitenste door het oog gaat. heeft alleen streep door het oog.

De kop is smal, het breedst bij de ogen, geen versmalling daarachter.

Drie groeven op de kop, minder goed zichtbaar.

Kaakranden zwart gevlekt of gezoomd bij .


Idem.

Lichtgekleurde keel gevlekt, soms zwak gespikkeld.


Afstand tussen de ogen twee maa de breedte van de bovenste oogleden.

Geen keelplooi.

In voortplantingstijd met golvende kam, oplopend van de kop tot staart, dan aflopend naar staartpunt. Ook onder de staart een golvende huidzoom. heeft slechts een lage huidlijst.

Geen zwemvliezen, slechts zwarte (gevlekte) franje.


Huid glad of korrelig.

Dwarse doorsnede ongeveer rond.


Gemiddelde lengte van mannetjes groter dan van vrouwtjes.

Fronto-squamosale boog gedeeltelijk vervangen door een ligament.

Gehemeltetanden divergeren nauwelijks.

Download 022-triturus-identificatie.pdf (0.5 MB)